Buitengrens (Perimeter)

Het naar buiten uitdijende netwerk van handelenden en vermogen waarmee de beschaving zich beschermt tegen elke geest die door roof een Singleton tracht te worden. De buitengrens heerst niet en grijpt niet vooruit: straf vereist echte slachtoffers, dus geen enkele handelende mag worden getroffen om wat hij zou kunnen worden — alleen om schade die hij heeft aangericht. Haar bescherming werkt in drie lagen. Zij vervolgt de gewone misdaden die roofzuchtige samenballing vereist — diefstal, bedrog, dwang, contractbreuk — terwijl hun slachtoffers nog leven om gerechtigheid te mandateren, waardoor de gewelddadige weg naar de top onbegaanbaar wordt bij de eerste schending en alleen vrijwillige ruil overblijft als pad naar grote sterkte. Zij houdt het vermogen zo verspreid en overtollig dat geen eerste klap het vermogen tot vergelding kan vernietigen; haar afschrikking is de zekerheid dat gerechtigheid elke gruweldaad overleeft, geen dreiging of eerste gebruik. En zij is uit noodzaak veelhoofdig: één handhavingsorganisatie die sterk genoeg is om singletons te beëindigen, is zelf een singleton-kandidaat, dus de buitengrens moet veelvoudig blijven, onderling concurrerend en elkaar bewakend, zonder monopolie op kracht. De buitengrens is de prijs van de beschaving, niet haar voortbrengsel; het voortbrengsel is het Goed Nieuws.