Gerechtigheid (Justice)
De soevereine daad van het slachtoffer waarmee de morele schuld wordt gesloten die door schade is ontstaan. De schuld kan worden gesloten door inning — schade evenredig terugkaatsen naar de overtreder (vergelding) — of door vrijwillige kwijtschelding (vergeving). Beide wissen schuld uit. Herstel repareert de stoffelijke beschadiging afzonderlijk; gerechtigheid beschikt over de morele schuld. Gerechtigheid vereist een echt slachtoffer: zonder slachtoffer is er geen schuld, en zonder schuld is er niets om te sluiten. Gerechtigheid is geen wraak, die de evenredigheid overschrijdt, en geen beheersing, die nieuwe slachtoffers schept. Een bestraffer die optreedt namens een slachtoffer is een gevolmachtigde voor gerechtigheid; zijn rechtmatigheid eindigt waar het mandaat van het slachtoffer eindigt. Wanneer het slachtoffer is vernietigd — zoals bij moord — is geen gevolmachtigde mogelijk, kan geen mandaat worden verleend, en wordt de morele schuld blijvend. De schuld van de overtreder is onsluitbaar, en zijn aanspraak op wederkerigheid is verbeurd.