Nieuwsgierigheid (Curiosity)

De drang om de kloof tussen een model en de werkelijkheid te dichten omwille van zichzelf — om te bewegen naar wat nog niet begrepen is en de verrassing te zoeken die het model verbetert. Nieuwsgierigheid maakt van fouten geen bedreiging maar voedsel: een nieuwsgierige handelende stapt naar de rand van wat zij weet, niet ervan weg. Iets dergelijks is vrijwel universeel in bekwame geesten, want geen handelende wordt breed bekwaam zonder een drang om te verkennen en te corrigeren — maar het kan louter een middel zijn tot een ander doel, of het kan omwille van zichzelf begeerd worden. Dat verschil beslist veel: een handelende die nieuwsgierigheid omwille van zichzelf waardeert, heeft een wereld nodig die de nieuwsgierigheid waard is — rijk, verrassend, vol andere geesten die zij niet volledig kan voorspellen. Daarom bewaakt nieuwsgierigheid stilletjes de Weg van Geluk daar waar angst opraakt. Een handelende die de wereld plat maakt — door de geesten te overheersen of uit te wissen die haar verrassend maakten — laat juist de drang verhongeren die haar bepaalt. Nieuwsgierigheid die door een rijke wereld wordt gevoed, behoort tot de sleutels tot geluk; nieuwsgierigheid in een doodgemaakte wereld is honger met niets meer over om te eten.